3 februari 2022

Geliefde van de Heere, vrede zij met u!

Een kostbaar juweel in Jezus’ arsenaal van morele leringen is de
gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar (Lucas 18:9-14).

Het onthult, op de best mogelijke manier, de innerlijke wereld van de
mens. Het zegt ons welke gedachten en gevoelens in de biddende persoon
de overhand moeten hebben. Merk op dat Christus de Farizeeër of de
tollenaar niet veroordeelde; Hij zei alleen: “Deze man (de tollenaar)
gerechtvaardigd terug ging naar zijn huis, in tegenstelling tot die
andere. Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie
zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” (v.14). Dat de Farizeeër
een fatsoenlijk man was en naar de gebruikelijke morele maatstaven
niet roofde of overspel pleegde, is prijzenswaardig; dat hij de
uiterlijke vormen van godsdienstigheid eerbiedigde, is ook goed. Maar
zijn zelfingenomenheid, trots, arrogantie, veroordeling en minachtende
houding tegenover anderen ruïneerden hem. Zo’n toestand bleek uit
zijn gebed.

Dit is precies het soort mensen tot wie de gelijkenis was gericht –
“die in zichzelf het vertrouwen hadden dat zij rechtvaardig waren, en
anderen verachtten” (v. 9). Laten we eerlijk zijn, overkomt ons dit
ook niet? De Farizeeër veroordeelde de tollenaar niet in het
openbaar, maar “in zichzelf” (v.11). Het is niet nodig om in het
openbaar te spreken; het is voldoende om zelfvoldaan te zijn, in
gedachten, om zichzelf een plezier te doen, om heel tevreden te zijn
met zichzelf.

Integendeel, laten wij in de eerste plaats leren niet het positieve in
onszelf te ontdekken, maar de gebreken in onszelf, en deze in gebed
voor de Heere te belijden. Laten we niet overmoedig zijn in onze
gerechtigheid. Trots en zelfvertrouwen zijn erg gevaarlijk.

“Hoogmoed gaat aan de ondergang vooraf en hoogmoed aan de val”
(Spreuken 16:18).

Dominee D.M. Vinogradsky 3.02.22
 

Geef een antwoord