2 februari 2022

Geliefde van de Heer, vrede zij met u!

Een serieuze vraag die ieder van ons zal moeten beantwoorden: wie is
mijn meester? 

De apostel Paulus gaf eens een les over dit onderwerp. In zijn brief
aan de Romeinen schreef hij: “Weet gij niet, dat gij, aan wie u als
knechten gegeven zijn om te gehoorzamen, slaven zijt, aan wie gij
gehoorzaamt, hetzij aan de zonde tot de dood, hetzij aan de
gehoorzaamheid tot de gerechtigheid? Vanaf de dag van de zondeval werd
de mens een slaaf van de zonde; zijn meester was zijn verzet tegen
God, dus werd Satan zijn meester. De mens moet zich dit realiseren,
maar hij verkeert in de waan dat hij gewoon kan doen wat hij wil. Maar
dat is niet zo.

Vanaf zijn geboorte is hij gebonden aan een zondige natuur. De zondige
natuur is nog niet mijn “ik”! Mijn “ik” is mijn onsterfelijke ziel,
die het beeld en de gelijkenis van God draagt en die de innerlijke
eigenschap heeft zich tot de Heere aangetrokken te voelen. En om de
mens te bevrijden uit de slavernij van zijn zondige natuur, kwam God
zelf, in de persoon van de Zoon van God, Jezus Christus, hem te hulp.
Hij leerde de mensen dat: “…een ieder, die zondigt, is een slaaf der
zonde; maar een slaaf blijft niet eeuwig in het huis; de zoon blijft
eeuwig; dus indien de Zoon u vrij maakt, zult gij waarlijk vrij
zijn”(Joh.8:34-36).

Om ons zoonschap te herstellen en in gemeenschap met God te blijven,
zowel nu als in de eeuwigheid, gaf de Zoon van God Zichzelf als
verzoening voor onze zonden. Dus, door door geloof het geschenk van
vergeving aan te nemen, worden wij bevrijd uit de macht van de zonde,
wanneer wij oprecht berouw tonen.

Dominee D.M. Vinogradsky 2.02.22

Geef een antwoord